veiligewerkomgeving

April 2018 | 5 tips Vanhier accountants | adviseurs

Vanhier accountants │ adviseurs heeft 5 handige ondernemerstips voor u op een rijtje gezet. Doe hier uw
voordeel mee!

Tip 1:    Voorkom schade van werknemers. Wat zijn de risico’s?

Hebt u personeel in dienst? Check eens of er risico voor het oplopen van schade bestaat. U en uw werknemer hebben daar beiden baat bij. Als werkgever moet u voor een veilige werkomgeving zorgen. Dat betekent onder andere dat u zorg draagt voor een veilige, goede en goed onderhouden werkplek. De verplichte risico-inventarisatie en evaluatie is een goed hulpmiddel bij het in kaart brengen van de specifieke risico’s die uw werknemers in uw bedrijf kunnen lopen. Maar dat is volgens de rechtspraak niet genoeg! Daar worden andere eisen gesteld.

Let op! Het bijhouden van een verplichte risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) betekent niet dat u gevrijwaard bent voor aansprakelijkheid voor schade van werknemers.

Als uw werknemer of diens verzekeraar u aansprakelijk stelt voor de schade opgelopen tijdens het werk, dan beoordeelt de rechter onder andere of de werkgever aan zijn zorgplicht heeft voldaan. De rechter beoordeelt of:
-       de schade is ontstaan in de uitoefening van de werkzaamheden; dit wordt ruim opgevat. De rechter heeft aansprakelijkheid vastgesteld als schade ontstaat in een sfeer die voldoende verband houdt met de werkzaamheden, denk aan een bedrijfsuitje, een verblijf in een hotel.
-       de schade verband houdt met de bijzondere gevaren die aan de werkzaamheden zijn verbonden; dit wordt ook ruim opgevat. ‘Gewone’ huis-, tuin- en keukenongevallen horen daar in de regel niet bij, maar wel bijvoorbeeld als er geen deugdelijke trap aanwezig is voor het pakken van hooggelegen spullen.
-       de schade is ontstaan door opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer; in dat geval is de werkgever niet aansprakelijk.
-       de werkgever voldoende maatregelen heeft getroffen om de verwezenlijking van het risico op schade te voorkomen, bijvoorbeeld valhelmen of beschermende kleding ter beschikking stellen.
-       de werkgever voldoende instructies en/of aanwijzingen heeft gegeven om schade te voorkomen en kan aantonen dat hij toezicht heeft gehouden op de naleving daarvan.
-       voor schade als gevolg van deelname aan het verkeer – in de uitoefening van de werkzaamheden – door de werkgever een verzekering is afgesloten of een vergoeding voor een verzekering is verstrekt.

Zorgplicht afsluiten verzekering
Over de zorgplicht met betrekking tot het afsluiten van verzekeringen heeft de Hoge Raad onlangs duidelijke richtlijnen gegeven. Wanneer is het verstandig een verzekering voor schade door verkeersdeelname van uw werknemers af te sluiten? Volgens de Hoge Raad heeft de werkgever een verzekeringsplicht ter voorkoming van schade wanneer de werknemers in de uitoefening van hun werkzaamheden deelnemen aan het wegverkeer en:

  •     als bestuurder van een motorvoertuig
  •     als fietser of voetganger betrokken kunnen raken bij een ongeval waarbij een of meer voertuigen zijn betrokken
  •     als fietser schade kunnen lijden als gevolg van een eenzijdig fietsongeval

De verzekeringsplicht geldt niet voor normaal woon-werkverkeer. En ook niet voor de werknemer die zich voor zijn werk als voetganger op de openbare weg bevindt en als gevolg van een eenzijdig ongeval schade zou kunnen lijden.

Tip: doe de check of er risico voor het oplopen van schade bestaat. Denk aan de volgende vragen :welke risico’s op schade voor uw werknemers er bestaan in uw bedrijf? Welke maatregelen u heeft genomen? Welke aanwijzingen dan wel instructies u hebt gegeven? Wanneer u voor het laatst gecheckt hebt of de maatregelen en instructies goed worden uitgevoerd? Welke verzekeringen heeft u nodig?

Tip 2:    Lijfrentepremie in aftrek op premie Zvw?

De adviseur van de Hoge Raad vindt het onjuist dat betaalde lijfrentepremies niet in mindering komen op de verschuldigde premie voor de Zvw. Hierdoor worden zelfstandigen bij hun pensioenopbouw achtergesteld bij werknemers.

Rechter moet ingrijpen
De adviseur vindt dan ook dat de rechter in moet grijpen. In een zaak die nu ter beoordeling voorligt bij de Hoge Raad gaat het om de vraag of door een zelfstandige ondernemer betaalde lijfrentepremies aftrekbaar moeten zijn voor de Zvw-grondslag. Volgens de wet is aftrek nu niet mogelijk.

Rechtsongelijkheid
Omdat pensioenpremies van werknemers wel de af te dragen premie voor de Zvw verminderen, ontstaat er rechtsongelijkheid tussen werknemers en zelfstandige ondernemers.

Dubbele heffing
Omdat betaalde lijfrentepremies de te betalen Zvw-premie niet verminderen, ontstaat ook dubbele heffing. Als de lijfrente te zijner tijd tot uitkering komt, moet over deze uitkeringen namelijk wel premie Zvw worden betaald.

Uitspraak Hoge Raad
Het wachten is nu op de uitspraak van de Hoge Raad. Die volgt in de meeste gevallen het advies van hun adviseur, maar niet altijd. In afwachting van de uitspraak is het raadzaam alvast bezwaar aan te tekenen in vergelijkbare situaties. U stelt uw rechten dan veilig, mocht de Hoge Raad ook van mening zijn dat de niet-aftrekbaarheid van de lijfrentepremie onjuist is.

Let op! Dat betaalde lijfrentepremies de te betalen Zvw-premie niet verminderen, is alleen nadelig als de maximum premiebijdrage voor de Zvw niet behaald wordt. Het maximum premie-inkomen bedraagt dit jaar € 54.614,-. Over het meerdere betaalt u geen Zvw-premie meer.

Tip 3:    Leningen tussen dga en bv: hoe zit het fiscaal?

Als u als dga een lening aan uw bv verstrekt, zijn de fiscale gevolgen afhankelijk van de voorwaarden. Dat geldt ook omgekeerd, bij een lening van de bv aan de dga. Welke gevolgen kunnen er optreden en waar hangt dit vanaf?

Lenen aan de bv
Verstrekt u een lening aan uw bv met een onzakelijk hoge rente, dan is alleen een zakelijke rente bij u belast in box 1 en bij de bv aftrekbaar. Bij de heffing in box 1 heeft u over de zakelijke rente recht op de terbeschikkingstellingsvrijstelling van 12%. Per saldo is van de rente dus maar 88% belast. Het restant is bij de bv niet aftrekbaar en bij u belast in box 2 tegen 25%.

Bij een onzakelijk lage rente is een zakelijke rente bij u belast en bij de bv aftrekbaar. Ook nu heeft u recht op de vrijstelling van 12% over de zakelijke rente.

Onzakelijke lening
Is de rente niet zakelijk en ook niet te corrigeren omdat een onafhankelijke derde de lening niet zou verstrekken, dan is een eventueel verlies op de lening slechts aftrekbaar in box 2.

Let op! De lening moet dan wel worden kwijtgescholden, zelfs als deze oninbaar is. Verlies op een zakelijke lening is wel gewoon in box 1 aftrekbaar. Door eerder genoemde terbeschikkingstellingsvrijstelling slechts voor 88%

Lenen van de bv
Leent u geld van uw bv, dan is de rente voor u niet aftrekbaar en bij de bv gewoon belast. De rente is voor u alleen aftrekbaar als het een lening voor een eigen woning betreft en verder voldoet aan de fiscale voorwaarden die voor een dergelijke lening gelden.

Let op! Als u een lening voor een eigen woning bij uw bv heeft afgesloten ná 2012, moet u de gegevens inzake deze lening doorgeven aan de Belastingdienst. Doet u dit niet, dan is de betaalde hypotheekrente niet aftrekbaar.

Tip: Als dga kunt u ook gebruik maken van een renteloze personeelslening voor de aankoop van een (elektrische) fiets of elektrische scooter.

Wisselende rekening-courantstanden|
eeft u een rekening-courantverhouding met de bv, dan zal deze afwisselend debet- en creditstanden hebben. U hoeft geen rente in box 1 in aanmerking te nemen als het saldo van de rekening-courantverhouding gedurende het kalenderjaar niet hoger is dan € 17.500,- positief en niet lager dan € 17.500,- negatief. De bv mag de rente dan ook niet in aanmerking nemen. U mag een eventuele rekening-courantschuld dan ook niet in box 3 opnemen.

Let op! Er mag het hele jaar nooit meer dan € 17.500,- op de rekening-courant staan. Zodra het saldo op de rekening-courant hoger is dan € 17.500,-, moet er over het hele bedrag rente worden berekend.

Tip 4:    Aftrekposten mkb-ondernemer minder lucratief?

Het kabinet gaat een aantal aftrekposten nog maar in aftrek toelaten tegen het basistarief van, op termijn, 36,93%. Om welke posten gaat het en hoe erg is dat voor u?

Belastingherziening
Het nieuwe kabinet heeft vele miljarden aan lastenverlichting toegezegd. Met name via invoering van twee tariefschijven van 49,5% en 36,93% in de Inkomstenbelasting. Daar staat tegenover dat de meeste aftrekposten op termijn nog maar te verrekenen zijn tegen het lage tarief van 36,93%.

Aftrek hypotheekrente
Dat de hypotheekrente versneld in aftrek beperkt wordt, is inmiddels meer dan bekend. Dat raakt de ondernemer privé.

Aftrekposten mkb-ondernemer
Voor ondernemers is met name van belang dat de volgende aftrekposten in aftrek beperkt worden:

zelfstandigenaftrek, mkb-winstvrijstelling, meewerkaftrek, S&O-aftrek, stakingsaftrek en startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Deze aftrekposten kunt u op termijn dus nog maar tegen 36,93% in aftrek brengen. Bovendien zijn er ook andere lastenverlichtende en -verzwarende voorstellen aangekondigd, zoals een verhoging van de algemene heffingskorting.

Wat betekent dit?
Het is individueel erg verschillend wat u van de verminderde aftrek merkt. Maakt u nu bijvoorbeeld gebruik van de hypotheekrenteaftrek, de aftrek van zorgkosten, de mkb-winstvrijstelling en de zelfstandigenaftrek, dan is het nog maar de vraag of de verminderde aftrek opweegt tegen de lagere tarieven.

Overgangsperiode
De aftrekposten worden vanaf 2020 in stappen van 3%-punt per jaar teruggebracht naar uiteindelijk 36,93% in 2023. De verlaging van de tarieven in de Inkomstenbelasting gaat in per 2019, maar waarschijnlijk gebeurt dat ook in stappen. Voorgaande plannen moeten nog wel door het parlement worden besproken en goedgekeurd.

Heeft u vragen over de komende beperking van aftrekposten, neem dan contact met ons op.

Tip 5:    Betalingen aan vrijwilligers? Pas de voorwaarden goed toe!

Veel verenigingen en stichtingen betalen hun vrijwilligers, zonder inhouding van loonheffingen. Blijkt achteraf dat de stichting of vereniging vennootschapsbelastingplichtig is, dan loopt de vereniging of stichting het risico op naheffingen omdat de vrijwilligersregeling in de loonbelasting ten onrechte is toegepast.

Hierna gaan wij verder in op de vrijwilligersregeling uit de loonbelasting in relatie tot de vennootschapsbelastingsplicht.

Voorwaarden vrijwilligersregeling
Als een stichting of vereniging gebruik maakt van vrijwilligers, die ‘niet bij wijze van beroep’ werkzaamheden verrichten, mag er aan die vrijwilligers een vergoeding betaald worden zonder dat er loonheffingen ingehouden en afgedragen moeten worden aan de Belastingdienst. Dat geldt voor de loonbelasting, de premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zvw. Per jaar mag er tot € 1.500,- worden uitbetaald en per maand maximaal € 150,-. Waarbij de vergoeding per uur niet meer dan € 4,50 mag bedragen (of € 2,50 voor een vrijwilliger jonger dan 23 jaar). Er liggen plannen om de maximale vrijwilligersvergoeding te verhogen naar € 1.900,- per 1 januari 2019.

Eén van de voorwaarden voor de toepassing van de vrijwilligersregeling in de loonbelasting is dat:

  • het lichaam niet vennootschapsbelastingplichtig mag zijn, of
  • er sprake is van een sportorganisatie, of
  • het gaat om een algemeen nut beogende instelling (ANBI)

Let op! Als uw vereniging of stichting dus geen sportorganisatie of ANBI is, is oplettendheid geboden. Want dan kunt u niet gebruikmaken van de vrijwilligersregeling als uw organisatie vennootschapsbelasting verschuldigd is.

Wel of niet belastingplichtig voor de VPB?
Het komt steeds vaker voor dat de Belastingdienst oordeelt dat stichtingen en verenigingen vennootschapsbelasting moeten betalen als ze winst maken. Ook de belastingplicht voor overheidsbedrijven per 1 januari 2016 zal ertoe leiden dat meer stichtingen en verenigingen vennootschapsbelasting moeten betalen. Waar ze eerder waren vrijgesteld.

Alsnog loonheffing verschuldigd
Als de Belastingdienst voor de afgelopen jaren het standpunt inneemt dat de vereniging of stichting vennootschapsbelastingplichtig is, is de vrijwilligersregeling ten onrechte toegepast. Er zijn dan alsnog loonheffingen verschuldigd, waarbij op grond van de Wet LB de verschuldigde loonheffingen gebruteerd worden. Bruteren vindt niet plaats op het moment dat de verschuldigde loonheffingen verhaald worden op de vrijwilliger. De Belastingdienst kan over een periode van maximaal vijf jaar tot correctie overgaan.

Hoe kunt u het risico op naheffingen beperken?

Om het risico op naheffingen te beperken kunt u periodiek te inventariseren of er sprake is van het risico op vennootschapsbelastingplicht voor de vereniging of stichting. Als er alleen verliesgevende activiteiten zijn, zal er niet snel sprake zijn van vennootschapsbelastingplicht. Zijn er winstgevende activiteiten, dan zal beoordeeld moeten worden of er sprake is van het drijven van een onderneming. Vervolgens kan nagegaan worden of er maatregelen genomen kunnen worden om geen winst te maken, zodat er geen sprake meer is van vennootschapsbelastingplicht. Bijvoorbeeld door de donoren te vragen hun bijdrage te verlagen.

Bron: www.sra.nl

Mocht u vragen hebben naar aanleiding van deze tips, dan kunt u contact met ons opnemen via info@vanhier.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>