belastingdienst

Juni 2018 | 5 tips Vanhier accountants | adviseurs

Vanhier accountants │ adviseurs heeft 5 handige ondernemerstips voor u op een rijtje gezet. Doe hier uw voordeel mee!

Tip 1:    Salaris dga? Zorg voor een goede onderbouwing!

Bent u directeurgrootaandeelhouder (dga) en hebt u dus een aanmerkelijk belang hebt in uw bedrijf? Dan geldt voor u de gebruikelijkloonregeling. Zorg daarbij voor een goede onderbouwing van het gebruikelijk loon, zodat u geen correcties van de Belastingdienst krijgt.

Op 23 april 2018 heeft de Staatssecretaris van Financiën naar aanleiding van een WOB-procedure de interne documenten gepubliceerd van de Belastingdienst over de toepassing van de gebruikelijk loonregeling van artikel 12a Wet op de Loonbelasting 1964. Hierna gaan wij verder in op wat deze documenten voor u als dga betekenen.

Hoe werkt de gebruikelijkloonregeling?
Per 1 januari 2015 is de gebruikelijkloonregeling zodanig gewijzigd dat het de Belastingdienst makkelijker moet maken om het te lage loon van de dga te corrigeren. Als het gebruikelijk loon lager is dan € 45.000,-, moet u als dga aannemelijk maken dat het om een zakelijk loon gaat. Is het gebruikelijk loon € 45.000,- of hoger, dan moet de Belastingdienst aannemelijk maken dat het loon niet gebruikelijk is.

Uitgangspunt
Het uitgangspunt is dat het loon op minimaal 75% van het loon van een werknemer in de meest vergelijkbare dienstbetrekking moet worden vastgesteld. Vervolgens moet er ook getoetst worden aan het loon van de werknemers binnen de organisatie, het loon moet minimaal net zo hoog zijn. Als de werknemer van wie de hoogte van het loon getoetst wordt over bijzondere capaciteiten beschikt, mag het loon van de dga ook lager worden vastgesteld. Pas als er op basis van de twee hiervoor genoemde toetsen geen gebruikelijk loon kan worden vastgesteld, moet het minimaal op € 45.000,- worden vastgesteld.

Gebruikelijk loon onderbouwen?
De belangrijkste conclusie uit de gepubliceerde documenten is dat de Belastingdienst niet beschikt over een database met informatie om het gebruikelijk loon vast te stellen. Er wordt door de Belastingdienst onder andere naar de volgende twee websites verwezen: www.loonindex.nl en www.gemiddeld-inkomen.nl/gemiddeld-salaris-per-beroep/.

Tip: Maak een goede vastlegging van salarissen van vergelijkbare beroepen.

Als u op basis van de publieke bronnen vaststelt wat het loon is voor een medewerker in de meest vergelijkbare dienstbetrekking, en uw salaris op minimaal 75% daarvan vaststelt, zal het voor de Belastingdienst lastig zijn om uw salaris te corrigeren. Daarbij is van belang dat de informatie waarop de vaststelling van het gebruikelijk loon is gebaseerd in de administratie bewaard wordt. Op deze manier zal het risico dat de Belastingdienst bij correcties achteraf een boete oplegt, kleiner worden.

Tip 2:    Wetgeving franchising, wat en waarom?

Het kabinet wil de positie van franchisenemers verbeteren. In het Regeerakkoord is daartoe wetgeving aangekondigd. Onlangs is duidelijk geworden hoe dit eruit komt te zien.

Economisch belangrijk
Franchising is een economisch belangrijke vorm van samenwerking tussen ondernemingen en zelfstandigen. Nederland kent ongeveer 750 franchiseformules, die met name veel voorkomen in de detailhandel, dienstverlening en zorg. Bij franchising wordt veelal gewerkt volgens vaste formules, bijvoorbeeld op het gebied van reclame.

Vier deelgebieden
De voorgenomen wetgeving zal zich vooraf richten op vier deelgebieden. Dit is het gevolg van overleg met franchisegevers en -nemers. Deze deelgebieden zijn de precontractuele uitwisseling van informatie, de tussentijdse wijziging van een lopende franchiseovereenkomst, het overleg tussen de franchisegever en zijn franchisenemers en de beëindiging van de franchisesamenwerking.

Kaders inzake regelgeving
De regelgeving zal genoemde deelgebieden van kaders voorzien. Het Kabinet geeft hieraan de voorkeur boven een gedragscode, zoals het vorige Kabinet van plan was.

Wetgeving in de maak
Eén en ander moet dit najaar resulteren in wetgeving waarover consultatie zal plaatsvinden met belanghebbenden. Doel is om onbehoorlijke handelspraktijken tegen te gaan en hiertegen bescherming te bieden. Daarnaast wil het kabinet franchisenemers en -gevers maximaal de ruimte geven om samen te werken en daarbij beide partijen zo goed mogelijk bedienen. Duidelijk is echter dat vooraf franchisenemers beter zullen worden van de nieuwe wetgeving.

Tip 3:    Belasting bij overdracht aandelen onroerend goed-bv?

Bij overdracht van onroerend goed dat tot een onderneming behoort, hoeft onder voorwaarden geen overdrachtsbelasting te worden betaald. Geldt dat ook als het geen onroerend goed betreft, maar aandelen in een bv die onroerend goed exploiteert?

Vrijstelling overdrachtsbelasting
De wet bevat een vrijstelling van overdrachtsbelasting voor goederen die behoren tot een onderneming en hieraan dienstbaar zijn. Voorwaarde is wel dat die onderneming in zijn geheel moet worden voortgezet.

Voor wie geldt de vrijstelling?
De vrijstelling geldt voor kinderen, kleinkinderen, broers, zusters, of hun echtgenoten, van de ondernemer. Hiertoe behoren ook pleegkinderen, halfbroers, halfzusters, pleegbroers en pleegzusters.

Ook voor aandelen?
Naar de letter van de wet geldt de vrijstelling niet voor aandelen in een onroerendgoed-bv. Onlangs besliste het gerechtshof Amsterdam echter dat de vrijstelling ook voor dergelijke aandelen geldt.

Voorwaarden
Volgens de uitspraak geldt de vrijstelling alleen als de bv een materiële onderneming drijft en dus niet alleen belegt. Voorts moeten alle aandelen worden verkregen, zodat de volledige zeggenschap van de bv overgaat op de familieleden voor wie de vrijstelling geldt.

Let op! Ook de positie en aard van de werkzaamheden van zowel overdrager als verkrijger zijn van belang.

Aannemelijk moet zijn dat als er geen bv was, de overdrager van de aandelen als IB-ondernemer zou kwalificeren en dat de verkrijger van de aandelen voldoet aan de eisen ten aanzien van het voortzetten van de onderneming, zoals deze gelden in de inkomstenbelasting.

Tip: Maak in vergelijkbare situaties bezwaar tegen opgelegde aanslagen overdrachtsbelasting en stel zo uw rechten veilig.

Houd er wel rekening mee dat de Belastingdienst waarschijnlijk in cassatie gaat bij de Hoge Raad. De uitspraak is namelijk in strijd met de letterlijke wettekst.

Tip 4:    Dga krijgt geen overgangsregeling vennootschapsbelasting

Er komt geen overgangsregeling voor het tarief in box 2. Dit heeft staatssecretaris Snel bekend gemaakt. Dga’s betalen daardoor vanaf 2020 fors meer belasting over opgepotte winst.

Tariefsverlaging
De tarieven in de vennootschapsbelasting gaan de komende jaren omlaag. De tarieven in box 2 gaan daarom omhoog, om zodoende te bereiken dat de belastingdruk voor ondernemers met en zonder bv niet teveel uiteen gaat lopen.

Tarief vennootschapsbelasting
Het tarief in de vennootschapsbelasting (Vpb) bedraagt thans 20% tot een winst van € 200.000,-. Over het meerdere betaalt een bv 25%.

Stappenplan tarief Vpb
Genoemde tarieven gaan in 2019 met 1%-punt omlaag, naar 24% respectievelijk 19%. In 2020 en 2021 nog eens met 1,5%-punt. Voor 2020 komen de tarieven dus uit op 22,5% en 17,5, vanaf 2021 bedragen de uiteindelijke tarieven 21% en 16%.

Tarief box 2
Een dga betaalt thans 25% belasting in box 2 over dividend en aanmerkelijk belangwinst op zijn aandelen bij verkoop. Deze tarieven gaan stapsgewijs omhoog, zodat per saldo over uitgedeelde winst ongeveer hetzelfde bedrag aan belasting wordt betaald. Per 2020 gaat het tarief 27,3% bedragen, vanaf 2021 28,5%.

Geen overgangsregeling
Dga’s die in het verleden gemaakte winst niet hebben uitgekeerd, betalen straks vanaf 2020 ook het hogere tarief wanneer deze winst wel wordt uitgekeerd. Hiervoor wordt geen overgangsregeling getroffen.

Tip: Het is in veel gevallen verstandig om opgepotte winst vóór 2020 uit te keren.

Voorbeeld: keert de BV € 100.000,- opgepotte winst uit in 2019, dan betaalt de DGA € 25.000,- belasting. Bij uitkering in 2021 betaalt hij € 28.500,-, dus € 3.500,- ofwel 14% meer.

Tip 5:    Sterke omzetontwikkeling voor het mkb, winstgroei neemt af

De omzetgroei in het Nederlandse midden- en kleinbedrijf is in 2017 opnieuw versneld. Gemiddeld steeg de omzet met 8%, versus 7,4% een jaar eerder. De winstgroei nam juist af, van ruim 20% naar 15,5%. Per saldo hebben meer bedrijven de winst zien stabiliseren of toenemen, maar de omvang van de winstgroei is vorig jaar opnieuw afgenomen. Dit wordt met name veroorzaakt door de sterkere stijging van de personeelskosten. Van de totale omzet in het mkb ging 27% op aan personeel.

Dit blijkt uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2018, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Sterkere stijging personeelskosten
De totale personeelskosten zijn in 2017 met 8% opnieuw harder gestegen ten opzichte van voorgaande jaren (6% in 2016, 3% in 2015 en 2% in 2014). De loonkosten stegen met ruim 9% (t.o.v. bijna 6% in 2016) en de kosten voor sociale zekerheid zelfs met ruim 10% (6% in 2016). De loonkosten gingen vooral omhoog in de industrie en de medische zorg, omdat in deze branches in relatief duur personeel is geïnvesteerd. De horeca heeft zich juist meer gericht op goedkoop personeel en heeft de loonkosten dan ook relatief beperkt gehouden. Per saldo liet de bouw een relatief sterke groei van de totale personeelskosten zien ten opzichte van andere branches.

Personeelskosten beïnvloeden winstontwikkeling
De steeds sterker oplopende personeelskosten zorgen ervoor dat de winstontwikkeling voor het mkb als geheel achterblijft bij de ontwikkeling van de omzet. Door het groeiende personeelstekort is de verwachting dat deze kosten in 2018 verder zullen stijgen. Personeelskosten bestaan niet alleen uit lonen en salarissen van werknemers, maar ook uit indirecte kosten: hoofdzakelijk de door de werkgever af te dragen sociale premies. De personeelskosten vormen een van de belangrijkste bepalende factoren voor het concurrentievermogen van bedrijven. Als de loonkosten in 2018 verder toenemen zonder een compensatie in de belastingen en sociale premies (wig), zal de winstgroei van mkb-bedrijven naar verwachting verder dalen.

Sterkere vermogenspositie
Financieel gezien heeft het mkb een erg goed jaar achter de rug. De solvabiliteit is sterk verbeterd en het eigen vermogen nam in totaal met 17,5% toe. Vooral de medische zorg, de industrie, de logistiek en specialistische zakelijke dienstverleners lieten een sterke stijging van het eigen vermogen zien. Hier speelt de afschaffing van het pensioen in eigen beheer waarschijnlijk ook mee, omdat een deel van de pensioenvoorzieningen naar het eigen vermogen is gegaan. De kortlopende schulden zijn per saldo met 3% gestegen, hetgeen wijst op extra investeringen. De financiële baten en lasten namen per saldo met bijna 15% af door de gedaalde rentekosten van leningen.

Regionale prestaties lopen uiteen
De omzetontwikkeling was in 2017 opnieuw in alle regio’s positief. De lijst werd aangevoerd door Overijssel, Gelderland en Flevoland, terwijl de zuidelijke provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg gezamenlijk juist minder omzetstijging lieten zien. De winstcijfers waren in deze laatste regio juist wel goed doordat de bedrijfskosten veel minder stegen dan gemiddeld. De personeelskosten stegen gemiddeld het hardst in Overijssel, Gelderland en Flevoland (+9%). In de vier grote steden (+2,7%) was de stijging van deze kostenpost opvallend klein.

Industrie en automotive herstellen
Op brancheniveau hebben de industrie en de automotive in 2017 een overtuigend herstel laten zien. De bouw blijft het goed doen. De omzetgroei versnelde naar 12,7%. Wel nam de winstgroei sterk af, maar deze is nog altijd bovengemiddeld. Ook de medische zorg kende een goed jaar. In de logistiek nam de omzetgroei licht af, maar is de winstontwikkeling sterk verbeterd. De detailhandel en de specialistische zakelijke dienstverlening bleven duidelijk achter.

Bron: www.sra.nl

Mocht u vragen hebben naar aanleiding van deze tips, dan kunt u contact met ons opnemen via info@vanhier.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>