September 2018 | 5 tips Vanhier Accountants | Adviseurs

Vanhier Accountants │ Adviseurs heeft 5 handige ondernemerstips voor u op een rijtje gezet. Doe hier uw voordeel mee!

Tip 1 : Compensatie transitievergoeding ook voor grote werkgevers

Zowel kleine als grote werkgevers komen in aanmerking voor de compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Dit heeft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geantwoord als reactie op vragen van de GroenLinks-fractie in de Eerste Kamer. De regeling gaat in per 1 april 2020.

In het regeerakkoord was vastgelegd dat de regeling kleine werkgevers betrof. Er is besloten dat ook grote werkgevers in aanmerking komen voor de regeling. Elke werkgever kan gebruik maken van de regeling als hij aan de voorwaarden voldoet. Daardoor wordt de regeling beter betaalbaar.

Als werkgever bent u verplicht een transitievergoeding te betalen aan een werknemer die u na twee jaar arbeidsongeschiktheid ontslaat. De compensatie is een door u betaalde transitievergoeding, met een maximum van het doorbetaalde loon tijdens twee jaar ziekte. Doel van deze maatregel is het beperken van kosten bij langdurige ziekte en ontslag van de werknemer. Ook moeten op deze manier langdurige ‘slapende dienstverbanden’ worden voorkomen.

U kunt compensatie aanvragen bij het UWV vanaf 1 april 2020, binnen 6 maanden na betaling van de volledige transitievergoeding. Voor transitievergoedingen die vanaf 1 juli 2015 betaald zijn, is met terugwerkende kracht compensatie aan te vragen. Dat is mogelijk van 1 april 2020 t/m 30 september 2020. Deze data zijn in overleg met het UWV vastgesteld. Het UWV heeft aangegeven tijd nodig te hebben om deze maatregel voor te bereiden.

Tip 2: Bereid u tijdig voor op de btw-verhoging

Het lage btw-tarief wordt met ingang van volgend jaar verhoogd van 6% naar 9%. Dit heeft tal van gevolgen, waar u zich als ondernemer het beste tijdig op kunt voorbereiden. Denk aan het doorvoeren van eventuele prijsstijgingen en de aanpassing in uw administratie.
De btw-verhoging van het lage tarief treft met name eerste levensbehoeftes, zoals voedsel, drank, boeken en tijdschriften. Maar ook de diensten van de kapper, schoenmaker en fietsenmaker worden erdoor getroffen, net als bijvoorbeeld een hotelverblijf, saunabezoek of personenvervoer. De consumentenprijs van deze goederen en diensten kan vanwege de verhoging met een kleine 3% stijgen (109/106 = 2,8).

Verkoopt u zelf een of meer van bovengenoemde producten of diensten, dan zult u uw prijzen wellicht willen aanpassen. Houd er rekening mee dat u, net als vele andere ondernemers, op 1 januari 2019 ook de inflatie wellicht wilt doorberekenen in de nieuwe prijzen.

Als gevolg van de wijziging zult u ook uw administratie moeten aanpassen. Uit uw boekhouding zal duidelijk moeten blijken hoeveel goederen u tegen het lage tarief verkocht heeft en hoeveel btw-afdracht dit tot gevolg heeft. Dit tarief moet dus worden aangepast. Hetzelfde geldt voor uw inkoop tegen het lage tarief en de daaruit volgende vooraftrek.

Voer de tariefverhoging ook door in uw facturatie, zodat automatisch het juiste bedrag aan btw in rekening wordt gebracht. Brengt u ten onrechte een verkeerd percentage in rekening, dan zult u het verschil zelf moeten bijpassen.

Heeft u dit jaar al goederen en diensten tegen het lage tarief gefactureerd die pas in 2019 geleverd worden? Dan wordt over het verschil niet nageheven. U hoeft uw administratie hierop dus niet aan te passen en ook geen aanvullende nota’s te sturen.

Let op! In uw offertes waarbij u uw producten of diensten levert na 1 januari 2019, moet u wel rekening houden met het nieuwe btw-tarief.

Tip 3: Minder belasting op sparen en beleggen!?

Particulieren hoeven volgend jaar minder belasting te betalen over hun spaargeld in box 3. Dit meldt dagblad De Telegraaf. Volgens de krant wordt deze maatregel met Prinsjesdag bekend gemaakt.

De heffing in box 3, de vermogensrendementsheffing, is sinds een aantal jaren afhankelijk van het rendement op sparen en beleggen en van de omvang van uw vermogen. Voor dit jaar gaat de fiscus uit van een rendement op spaargeld van 0,36%. Dat zou in 2019 0,13% worden.
Over het veronderstelde rendement betaalt u 30% belasting. Hoeveel rendement u werkelijk maakt, doet niet ter zake.

Naarmate u meer vermogen heeft, gaat de fiscus ervan uit dat u meer belegt en dus een hoger rendement haalt. Dit jaar komt het veronderstelde rendement daardoor over de eerste € 70.800 van het belaste deel van het vermogen uit op 2,02%. Ligt het belaste vermogen tussen € 70.800 en € 978.000, dan wordt het rendement op dit deel verondersteld 4,33% te zijn. Daarboven gaat men uit van 5,38%. Let op! Er geldt een vrijstelling over de eerste € 30.000 van uw vermogen. Heeft u een partner, dan telt dit dubbel en dus € 60.000. Hierover wordt dus geen belasting geheven.

Door uit te gaan van een rendement op spaargeld van 0,13%, wordt de heffing over het vermogen ook lager. Voor spaarders met een vermogen tot € 70.800, scheelt dit maximaal € 33 aan belasting per jaar. Voor grotere vermogens kan het verschil maximaal oplopen tot € 175. Hierbij is ervan uitgegaan dat het verondersteld rendement op beleggen niet wijzigt. Of dit het geval is, wordt ook pas op Prinsjesdag bekend.

Tip 4: WOZ-waarde bedrijfsonroerendgoed aanvechten?

Bedrijfsmatig onroerend goed gaat niet overal in Nederland regelmatig van de hand. Om de waarde hiervan te bepalen, maken gemeenten in taxatiewijzers dan ook gebruik van zogenaamde kengetallen. Maar die zijn niet zaligmakend en kunt u dus gewoon aanvechten.

Voor de bepaling van de WOZ-waarde moet een gemeente de waarde van een onroerend goed in het economisch verkeer bepalen. Dit is de vrije verkoopwaarde die een meest biedende partij zou geven.
Als onroerend goed regelmatig verhandeld wordt, is de bepaling van de waarde in het economisch verkeer meestal vrij eenvoudig. Een gemeente beschikt natuurlijk over alle transacties inzake woningen die er binnen de gemeentegrenzen plaatsvinden. Onroerend goed dat minder vaak verhandeld wordt, is minder goed te waarderen. Daarom gebruikt men taxatiewijzers met kengetallen.

Taxatiewijzers zijn per branche beschikbaar op wozdatacenter.nl. De taxatiewijzers zijn vrij toegankelijk, in tegenstelling tot de overige informatie op de site. Die is alleen voor gemeenten beschikbaar.
De taxatiewijzer voor de agrarische sector bevat bijvoorbeeld kengetallen inzake opstallen en de inrichting ervan, nader onderverdeeld in gebruikte materiaalsoorten en bouwjaren.
De kengetallen per branche zijn een handvat voor de beoordeling van bedrijfsmatig onroerend goed. Meer niet, zo bleek onlangs weer uit een uitspraak van de rechtbank Gelderland inzake de waardering van pluimveestallen.

De rechter kwam in de uitspraak tot de conclusie dat de gemeente de kengetallen had toegepast, maar daarbij onvoldoende rekening had gehouden met mogelijke afwijkingen. Zo was vanwege de malaise in de pluimveesector een vermindering op de kengetallen toegepast van 10%. Waarop dit gebaseerd was, bleef in nevelen gehuld.

Let op! Voor de WOZ-waardering rust de bewijslast op de gemeente en deze moet aannemelijk maken dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is.

Bent u het met een vastgestelde WOZ-waarde niet eens, zorg dan voor een onderbouwing van de door u bepleite waarde. Doet u dit niet, dan stelt de rechter de waarde veelal naar eigen inzicht vast. In bovengenoemde zaak had de eigenaar van de pluimveehallen de gestelde waarde niet onderbouwd. Deze werd dan ook verworpen.

Tip: Zorg voor een goed taxatierapport!

vanhier septTip 5 : Elektrische auto nog de moeite waard?

De meeste ondernemers en dga’s rijden in een auto van de zaak. Elektrisch rijden is duurzaam en al jaren een optie, maar is het anno 2018 nog de moeite waard?

Een volledig elektrische auto heeft een bijtelling van maar 4%. Dat blijft tot 2021 zo, alleen wordt in 2019 de lage bijtelling beperkt tot een catalogusprijs van € 50.000. Een auto met een hogere catalogusprijs heeft een bijtelling van 22% over het meerdere boven de € 50.000. Vanaf 2021 is de bijtelling voor alle auto’s 22%.

Tip: Een elektrische auto van meer dan € 50.000 die u op de zaak zet, kunt u daarom het beste nog in 2018 aanschaffen.

De lage bijtelling blijft vijf jaar van kracht, ook als de auto’s tussentijds verkocht wordt. Het kan dus ook aantrekkelijk zijn een elektrische occasion aan te schaffen. In dat geval is wel van belang hoe lang de lage bijtelling van 4% dan nog geldt.

Schaft u als ondernemer in 2018 een nieuwe elektrische auto aan, dan heeft u tot een waarde van € 50.000 recht op 36% milieu-investeringsaftrek. Is de auto duurder, dan krijgt u over het meerdere geen aftrek meer. Voor nieuwe plug-in hybride auto’s heeft u bij aanschaf in 2018 tot een waarde van € 35.000 recht op 27% aftrek.

Let op! De milieu-investeringsaftrek van een elektrische auto geldt niet bij aanschaf van een occasion.

Voor volledig elektrische auto’s betaalt u geen MRB (wegenbelasting) tot 2021. Voor plug-in hybride auto’s betaalt u tot 2021 de helft van de normale MRB. Vanaf 2021 betaalt u voor iedere auto de normale MRB. Dat geldt dan ook voor bestaande elektrische en plugin-hybride auto’s.

Tot 2021 betaalt u voor een elektrische auto ook geen BPM. Daarom is de aanschafprijs van een volledig elektrische auto niet veel hoger meer dan een auto op benzine of diesel. Ook de bijtelling blijft daardoor laag.

Bron: www.sra.nl

Mocht u vragen hebben naar aanleiding van deze tips dan kunt u contact met ons opnemen via info@vanhier.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>